Wat de top in Glasgow wel en niet kan opleveren
Er worden in Glasgow wel degelijk successen geboekt. Maar sommige delegaties kijken al naar de volgende top, in Egypte.
ONNO HAVERMANS
Alok Sharma blijft optimistisch. De Engelse voorzitter van COP26 roept al anderhalve week dat anderhalf binnen bereik moet blijven, dat wil zeggen dat de aarde niet (veel) verder mag opwarmen dan anderhalve graad Celsius. Hij laat zich niet uit het veld slaan door slecht nieuws, zoals in The Washington Post van zondag, die schrijft dat de opwarming veel hoger zal uitpakken omdat veel landen meer broeikasgas uitstoten dan ze opgeven aan de Verenigde Naties.
De Amerikaanse krant spitte de opgaven van 196 landen uit en constateert dat er een gat zit van 8,5 tot 13,5 miljard ton aan uitgestoten broeikasgas tussen de opgegeven emissies en wat er werkelijk vrijkomt. Dat is op z'n minst de jaarlijkse uitstoot van de Verenigde Staten en in het slechtste geval bijna de uitstoot van China, schrijft de Post. Ruim voldoende om de meetlat in beweging te brengen.
Toch herhaalt Sharma de dringende noodzaak te handelen 'to keep 1.5 alive'. Dit decennium is doorslaggevend voor het halen van de zes jaar geleden in Parijs gemaakte afspraken over het tegengaan en opvangen van klimaatverandering en de financiering daarvan, zo is zijn mantra.
Wat dat betreft stipt het onderzoeksartikel in The Washington Post een gevoelig punt aan: transparantie, of beter het gebrek daaraan. Al in Parijs lagen de westerse landen overhoop met China en Rusland over de manier waarop kan worden getoetst of de wereldwijde uitstoot daadwerkelijk afneemt. China weigert tot dusver het achterste van zijn tong te laten zien, volgens analisten omdat het land eerst nog een piek in de uitstoot zal bereiken voordat het, vanaf 2030, zijn emissies gaat terugbrengen tot netto nul in 2060 - tien jaar na de VS en de Europese Unie.
Transparantie is een heikel punt waaraan tot het laatst zal worden gesleuteld voordat er iets over in de slotverklaring komt te staan. Met de komst van de politieke onderhandelaars - voornamelijk ministers - heeft het eilandstaatje Antigua en Barbuda met Nieuw-Zeeland de taak gekregen hier een kader voor uit te werken.
Sommige delegaties kijken al vooruit naar de volgende top, COP27, volgend jaar in Egypte. Voor landen als Brazilië (bos), Saudi-Arabië (olie) en Australië (steenkool) betekent dat uitstel van lastige beslissingen. Voor diverse armere landen betekent dat dat ze mogelijk wel aanwezig kunnen zijn, als ze beter bestand zijn tegen de coronapandemie.
Intussen doet Sharma namens het Verenigd Koninkrijk zijn best om van COP26 een succes te maken. Hij weet zich door meer dan honderd landen gesteund die zich hebben aangesloten bij de High Ambition Coalition, die de opwarming tot 1,5 graad wil beperken.
Bovendien waren er in de eerste week van de top enkele mooie resultaten, met een brede coalitie tegen ontbossing, een grote groep landen die de uitstoot van methaan gaat beteugelen, een coalitie die Zuid-Afrika met 8,5 miljard dollar gaat helpen van steenkool af te komen, en het statement tegen publieke financiering van fossiele industrie waaronder Nederland maandag alsnog zijn handtekening zette.
Die afspraken komen geen van alle in de slotverklaring, die gaat over de uitwerking van het klimaatakkoord van Parijs, maar het zijn wel successen van Glasgow. Meestal op gang gebracht op initiatief van internationale ngo's, waarna een domino-effect kan ontstaan. Zo poogde Nederland Duitsland over te halen om mee te doen met het uitbannen van subsidies of verzekeringen voor kolen, olie en gas. Ook Duitsland tekende daarvoor.
de Verdieping 4|5
Wat doet de groene Poetin?
Maak jouw eigen website met JouwWeb